
Wie goed kijkt naar een duivekater, ziet meer dan alleen een brood.
Bovenop en langs de zijkanten zit een verhaal.
Vroeger, toen de duivekater nog een écht luxeproduct was en alleen rond feestdagen werd gebakken, werd er veel aandacht besteed aan de versieringen. Die waren niet zomaar decoratief: ze verrieden van welke bakker de duivekater afkomstig was. Elke bakker had zijn eigen signatuur. Aan de snedes en inkepingen kon je zien waar het brood vandaan kwam.
Mijn opa keek daar nét iets anders tegenaan.
Hij was, zeker voor die tijd, behoorlijk zakelijk ingesteld. Voor hem gold: hoe sneller de versiering klaar was, hoe meer duivekaters hij kon bakken voor zijn fans (al noemde hij ze nog gewoon zijn klanten destijds) en dus koos hij voor een slimme, efficiënte oplossing.
Hij gebruikte een Franse schaar, een stuk gereedschap uit de bakkerij dat bestaat uit tientallen scharen naast elkaar, om de duivekaters in één beweging aan de zijkanten in te knippen. Daarna zette hij met een scherp mes nog een aantal kenmerkende snedes bovenop. Snel, doeltreffend en toch herkenbaar.

Zowel mijn vader als ik hebben deze manier van versieren voortgezet.
Hoewel ik in mijn bakkersjaren best weleens heb gespeeld met het idee van een ander signatuur, voelde de familietraditie altijd belangrijker. Deze versiering hóórt bij onze duivekater.
En juist daarom vinden we het zo belangrijk dat Janneke, die de duivekater nu bakt, deze versieringen één op één heeft overgenomen. Het laat zien dat het niet zomaar een recept is dat wordt doorgegeven, maar een complete manier van werken. Een ambacht.
Die herkenbare snedes maken het bovendien mogelijk om de duivekater nog altijd op ambachtelijke wijze, maar wél in grotere aantallen te bakken. Zodat hij op zoveel mogelijk tafels kan belanden, precies zoals hij bedoeld is.
Traditie zit soms in kleine dingen.
In een snee.
In een inkeping.
In een brood dat je meteen herkent.